Over BLID

 "BLID" is een organisatie voor dierenwelzijn, met de klemtoon op "welzijn van" en "respect voor” dieren.

Lees meer...

BLID nieuws

Wij voegen de daad bij het woord en willen dat er beterschap komt voor dieren, ze moeten het goed hebben hier in België.

Lees meer...

Steun BLID

Wij hebben steun nodig van mensen zoals u, om dieren een dierwaardig bestaan te kunnen bieden.

Lees meer

Wetsvoorstel beschutting voor dieren tijdens winter en zomer. Afdrukken E-mailadres

Na een jarenstrijd van Dirk Blanchart en de laatste maanden gesteund door zijn organisatie BLID, voor een degelijk wetsvoorstel om dieren een deftig onderkomen te geven tijdens de winter en zomer, kunnen we stellen dat de oplossing nabij kan zijn.

Onze organisatie mocht hun ervaringen van op het terrein bundelen en bespreken met parlementlid Mevr.De Meyer, gesteund door de federale ambtenaren(inspecteurs dierenartsen FAVV /FOD), zijn we tot een duidelijke wettekst gekomen.

Begin deze maand is het wetsvoorstel in gediend en is het een document van de kamer.Op donderdag 12 mei ’05 ligt het wetsvoorstel in overweging in de voltallige vergadering van de kamer.

De valse beloftes van de oudere dierenbeschermingen kunnen nu voor eens en altijd worden weggewerkt, dieren tijdens de winter hebben nooit het recht gehad op een deftig schuthok tijdens de winter, wat ze ook hebben willen beweren.

Wettelijk gezien was er geen enkele tekst die een schuthok waar dieren konden in schuilen verplichte voorzien en was alles gebaseerd op de macht van bevoegde personen.

Mensen zien niet graag dat dieren tijdens de winter onbeschut staan. Ze willen dat dieren tijdens hun levensjaren het goed hebben en niet tot het uiterst worden gedreven.Het merendeel van de bevolking wil dat dieren zich vrij kunnen beschutten met een schuthok.Er is ook aan de zomer gedacht. Dieren die tijdens de zomer niet kunnen genieten van de schaduw, ondergaan ook een marteling, al denkt men daar soms wel eens niet aan.

De Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren bepaalt dat ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, de nodige maatregelen moet nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen. Deze regelgeving schiet echter tekort en is teveel afhankelijk van persoonsgebonden interpretaties om sommige wantoestanden aan te pakken die op het terrein worden vastgesteld. Dieren die buiten worden gehouden, worden nog te vaak aan hun lot overgelaten.

 

Het Belgische klimaat is over langere periodes te beschouwen als een constante, met parameters die niet over gans het jaar aan de comfortvoorwaarden van de dieren voldoen. Men kan dus stellen dat voor buitengehouden dieren het gehele jaar een beschutting of bescherming wenselijk is. Veel buiten gehouden dieren beschikken niet over voldoende natuurlijke beschutting zoals hagen of bomen, of een schuilhok die hen moet beschermen tegen ongunstige weersomstandigheden zoals felle, gure wind, tocht, slagregen, felle zon of bijtende kou.

Vooral tijdens de winterperiode worden de dieren geconfronteerd met koude die in combinatie met vochtige en winderige weersomstandigheden veel van de dieren eisen. Indien de dieren als dan niet over een waterdicht en tochtvrij schuilhok kunnen beschikken, dient de eigenaar ze op stal te zetten.

Om het welzijn van de dieren die buiten worden gehouden te kunnen verzekeren, moeten ze bovendien kunnen beschikken over voldoende drinkbaar water, voldoende voeding en een droog ligbed.

Indien er zich problemen voordoen is het van belang zo snel mogelijk contact te kunnen opnemen met de eigenaar. Vaak gaat er heel wat tijd verloren met de zoektocht naar de eigenaar, dit kan vermeden worden door het aanbrengen van de contactgegevens van de eigenaar aan de weide of locatie waar de dieren zich bevinden.

Dit wetsvoorstel heeft als doel een duidelijker regelgeving te creëren rond de minimale voorzieningen voor dieren die buiten worden gehouden en tevens snel en efficiënt optreden van de bevoegde personen toelaat.

Het zijn die zelfde bevoegde personen(politie, inspecteurs federale overheid)die vragende partij zijn voor een betere en werkbare wetgeving, omdat de kwaliteit van hun optreden, nu niet kan gegarandeerd worden en ze steeds aangewezen zijn op nutteloze en hellelange discussies.

 

 

 

Wetsvoorstel

 

14 augustus 1986 Wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren.

Art.4

§ 1. Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier een in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

§ 2. Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels is blootgesteld.

Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften.

§ 3. De verlichting, de temperatuur, de vochtigheidsgraad, de verluchting, de luchtcirculatie en de overige milieuvoorwaarden van het verblijf der dieren moeten overeenstemmen met de fysiologische en ethologische behoeften van de soort.

§ 3bis . Dieren die buiten gehouden worden, moeten beschikken over voldoende natuurlijke beschutting of een schuilhok tegen natuurlijke beschutting, voldoende groot om alle dieren tegelijk te laten schuilen.

Ze moeten vrij kunnen beschikken over voldoende drinkbaar water voldoende voeding en een droog ligbed.

Dieren die van 1 november tot 1 april niet kunnen beschikken over een schuilhok dienen permanent te worden opgestald.

§ 3ter. Weiden of locaties waar dieren gehouden worden, dienen te worden voorzien van de leesbare contactgegevens van de eigenaar.

§ 4. Ter uitvoering van §§ 2 en 3, en onverminderd de bepalingen van hoofdstuk VIII kan de Koning voor de verschillende soorten en categorieën van dieren nadere regelen stellen.

§ 5. De in artikel 33 bedoelde overheidspersonen zijn gemachtigd de nodige maatregelen te treffen of op te leggen om de verplichtingen voortvloeiend uit de § § 1, 2, 3, 3bis, 3ter onverwijld te doen naleven.